Korte geschiedenis Abbing

In 2018 bestaat Abbing 126 jaar. Nadat de grondlegger Jan Abbing een tijdje heeft gewerkt als hovenier – tuinman voor Koning Willem III en daar o.a. meloenen kweekte, werd hij in 1892 in staat gesteld zijn eigen kwekerij te beginnen in De Bilt. Al snel verhuisde hij de kwekerij naar een stuk grond aan de spoorlijn Utrecht – Arnhem, nabij station Driebergen-Zeist. De plek waar nog steeds het familiebedrijf is gevestigd.

MEER DAN HONDERD JAAR GOED IN PLANTEN!

J. Abbing en Zonen
Jan Abbing begon met het kweken van bomen, heesters, coniferen, rozen en vaste planten. Zijn eerste klanten waren landgoedeigenaren uit de omgeving van de Utrechtse Heuvelrug en langs de Langbroeker Wetering. Later begon hij een verzendhuis van planten. Een van de eersten in Nederland. Op deze wijze kreeg Abbing naamsbekendheid in het hele land. Klanten kwamen ook hun bestelde planten afhalen in Zeist. Dit kon natuurlijk alleen op de zaterdag. Tuincentra bestonden toen nog niet. De bekendheid verkreeg Abbing door het uitgeven van een eigen plantenboekje. Het eerste exemplaar verscheen al in 1892 en deze traditie heeft Abbing voortgezet tot op de dag van vandaag. In een van deze catalogi schreef hij: “Al onze planten en plantsoenen worden op ruimen afstand gekweekt, zeer nauwkeurig verzorgd en op tijd verplant, zoodat een kwaliteit kan worden geleverd, die op elken grond voldoet en goed doorgroeit, overal voldoening geeft, nimmer teleurstelling.”

 

Smalspoor
Om alle planten van de kwekerij, in die tijd allemaal vollegronds planten, te verzamelen, werd in de jaren dertig van de vorige eeuw een smalspoor door de kwekerij aangelegd. Met lorries konden de planten naar de verzendloods worden getransporteerd. Kilometers smalspoor is in de loop van de tijd aangelegd. Later geschonken aan het smalspoormuseum.

Jan Abbing had twee zonen, die beiden in de zaak kwamen werken. Vanaf de oprichting werd het bedrijf bekend onder de naam J. Abbing en Zonen. Naast een kwekerij begon Abbing ook een afdeling tuinarchitectuur.

Tuinarchitectuur

In zijn catalogus van 1908 schrijft hij: “Het aanleggen van een tuin is een fijne en zeer moeilijke kunst. Kan de schilder of de beeldhouwer het resultaat, het effect van zijn werk, direct zien, bij de aanleg van een tuin is dit anders. De tuinarchitect moet thans zien, wat de tuin zal zijn, nadat alles is gegroeid en tot vollen wasdom is gekomen.”In augustus 1931 meldde hij in zjn catalogus: “De laatste jaren heeft deze afdeeling van ons bedrijf zich buitengewoon uitgebreid en talloos zijn de Villatuinen, Buitens, Rots- en Muurpartijen en Borders, die door ons in alle deelen des lands zijn aangelegd.” En de catalogus doorbladerend zie je referenties uit het hele land. Onder de klanten in die tijd zaten het Koninklijk huis, veel gemeentes, ziekenhuizen, instellingen, scholen, maar ook veel particulieren. Jan Abbing was zijn tijd ver vooruit.

Na het overlijden van de grondlegger van het bedrijf zette beide zonen het bedrijf voort. Maar al vlot verliet een van de zonen het bedrijf. Na de oorlog werd Abbing voortgezet door, al weer, twee zonen. De heren D.C. Abbing en W. Abbing. Onder hun leiding maakte het bedrijf een grote groei door.

Kwekerij Abbing

De naam werd veranderd in Kwekerij Abbing. Steeds meer klanten wisten de kwekerij te vinden. Abbing had min of meer een monopoliepositie in Nederland, want tuincentra bestonden toen nog niet. Dit fenomeen brak vooral door in de jaren 70. Abbing moest mee omschakelen, wilde het bedrijf zijn marktaandeel niet verliezen. De voorlaatste eigenaar, Gerrit Bolhuis, de schoonzoon van de heer D.C. Abbing , breidde het bedrijf uit met de bouw van een Tuinmarkt (tuincentrum). Vanaf dat moment, eind jaren zeventig, konden de klanten rechtstreeks hun planten kopen bij Abbing. Nog steeds vertellen klanten, dat hun opa, oma, vader of moeder al planten bij Abbing kochten.

In 1992 heeft Abbing van de Koningin het predikaat “bij koninklijke Beschikking Hofleverancier” mogen ontvangen.

Momenteel is het stokje doorgegeven aan de 5e generatie en leidt Harco Bolhuis het familiebedrijf.