ROZEN SNOEIEN

Na de winter is een van de eerste tuinklussen die je kunt doen het snoeien van de rozen. De beste tijd hiervoor is omstreeks februari-maart, maar… nooit als het vriest. De reden dat je snoeit is het stimuleren van nieuwe groei en bloei en het luchtig houden van de plant. Er zijn verschillende groepen rozen, die allemaal een eigen snoeiwijze hebben. Helemaal niet moeilijk, je snoeit niet snel teveel, dus… aan de slag!

Struikrozen snoei je helemaal terug tot 20-30 cm. boven de grond, waarbij je meestal 3-5 hoofdtakken overhoudt, liefst met naar buiten wijzende ogen. Een oog is een verdikking op de stengel, die soms al als een knopje te zien is of als een donkerrode ring. Wees niet bang, want er liggen tal van zgn. slapende knoppen opgeslagen in de stengel, dus de roos zal altijd wel uitlopen. Pas wel op dat je niet onder de zgn. oculatieplaats snoeit, de plek waar de gecultiveerde roos op de wilde onderstam geplaatst is, anders krijg je er de wilde roos voor in de plaats.

Gedurende het bloeiseizoen kun je uitgebloeide scheuten terug knippen tot gezonde, sterke, naar buiten groeiend scheuten. Vaak zie je al dat er een nieuwe uitloper aankomt. Die laat je dan zitten, want daarop verschijnen de nieuwe bloemen.

Wilde of botanische rozen hebben een wat andere groeiwijze, vaak met talloze lange takken, die mooi doorbuigen tot op de grond en daardoor rijkelijk bloeien. Deze rozen snoei je door enkele van de oudst, dikste takken helemaal tot vlak boven de grond weg te zagen. De jongere, dunnere takken zullen dan meer energie krijgen om mooi te bloeien.

Klimrozen vormen weer een andere groep. Met deze rozen bouw je eerst een zgn. gestel (geraamte) op, wat je kunt leiden tegen een muur of over een pergola. Je laat de eerste jaren een aantal hele lange takken groeien om aan te binden. Op deze takken zullen talloze zijtakken ontstaand, die je vervolgens in het voorjaar tot korte stokjes met 2 à3 knoppen kunt snoeien. Op deze gekortwiekte takken zullen nieuwe scheuten groeien waarop de rozen zullen bloeien.

Bij doorbloeiende klimrozen moet je het gestel met zijscheuten zo horizontaal mogelijk uitbuigen om zoveel mogelijk bloeiende scheuten te bevorderen. Je moet dan vooral de sterkste scheuten behouden en ze evt. toppen en leiden (aanbinden).

Ramblerrozen zijn eigenlijk klimmende botanisch rozen, vaak met meterslange scheuten. Ze bloeien meestal maar één keer per seizoen, heel overdadig en geurend, en vormen daarna mooie bottels. Verjongingssnoei kun je een keer per drie á vijf jaar toepassen, door een aantal van de dikste, oudste takken helemaal tot op de grond af te zagen.

Wat je bij alle rozen altijd mag weghalen, is dood, ziek of beschadigd hout. Gezonde planten zijn in staat om zieke delen af te grendelen met callus (littekenweefsel) en te laten afsterven. De snoeiwond of zaagsnede die je maakt hoeft dus in principe niet afgedekt te worden met een wondafdekmiddel.

Over het algemeen is het bij rozen zo dat de bloemen die je na de bloei laat zitten rozenbottels zullen vormen. Maar als je een doorbloeiende roos liever aan de bloei wilt houden, dan kun je de uitgebloeide bloemen beter verwijderen. Als aan het eind van het seizoen dan de herfst begint, kun je desgewenst stoppen met knippen, zodat je in de winter rozenbottels aan je rozen hebt.